Velp in vogelvlucht

Velp was tot de gemeentelijke herindeling met Grave in 1942 een zelfstandige gemeente van ruim 744 ha groot. Behalve het dorp Velp zelf behoorden ook de gehuchten De Elft en Zaalheuvel tot de gemeente Velp. De gemeente grensde in het noorden aan de gemeente Grave en in het oosten aan Grave en Escharen. Aan de west- en zuidkant lag de gemeente Reek. In 1938 moest Velp een klein gedeelte van haar grondgebied afstaan ten gunste van Grave vanwege de bouw van de Generaal de Bonskazerne.

Velp kent eigenlijk twee gedeelten: Oud-Velp en Nieuw-Velp. Oud-Velp ligt - net als Gassel - op een relatief hoge zandrug op de overgang van zandgrond naar rivierkleigrond. De kern is ontstaan rond het oude Vincentiuskerkje ten oosten van het Kapucijnerklooster. Het gebied ten noorden en westen van Oud-Velp is in landschappelijk opzicht een waardevol gebied, net als het loofbos bij het klooster.

Nieuw-Velp is een betrekkelijk jong dorp, dat zich heeft ontwikkeld rond het klooster Mariëndaal dat de paters Jezuïeten in 1860 langs de doorgaande weg van Den Bosch naar Nijmegen stichtten. Vóór die tijd stonden er slechts enkele verspreide huizen. Het huidige gebied rond Nieuw-Velp is landschappelijk waardevol (leefgebied voor dassen).

 

 

 

 

De naam

Voor de naam Velp zijn verschillende verklaringen in omloop, maar het gaat in ieder geval telkens om zeer oude, want Keltische naamsvormen. Je zou het misschien op het eerste gezicht niet zeggen, maar de naam Velp bestaat uit twee delen. Het tweede deel (de -p-) is afkomstig van het Keltische woord apa, dat water betekent. Over het eerste deel zijn twee theorieën. De ene zoekt het in het eveneens Keltische woord falwa, dat zou verwijzen naar de vale kleur van het Peelwater. Dat element maakt bijvoorbeeld ook deel uit van de naam Veluwe (de vale kleur van dorre hei). Dan betekent Velp (falwa apa) dus vaal (vuil)gekleurd water. Stroomopwaarts van Velp stroomt immers al heel lang het roodkleurige water van de Raam de Maas in. De andere theorie ziet in het eerste naamselement liever het Keltische woord felwa, dat wilg betekent. Velp (felwa apa) zou in dat geval (het) Wilgenwater betekenen.

 

 

Gemeentewapen

 

Het gemeentewapen, de heilige Vincentius in goud op een blauwe achtergrond, staat natuurlijk direct in verband met Sint-Vincentius als patroonheilige van de parochie en kerk. Het gemeentewapen is op 16 juli 1817 verleend door de Hoge Raad van Adel.

 

Oudste vermelding en historische ontwikkeling

Zoals al uit de ouderdom van de naam blijkt, gaat de geschiedenis van Velp heel ver terug. De oudste schriftelijke vermelding staat in een vroeg-middeleeuwse goederenlijst van kerkelijke rechten en inkomsten van het kapittel van Sint-Vincentius van de Zuid-Belgische plaats Zinnik (Soignies) in Henegouwen. De band van Velp met dit kapittel gaat terug tot de tijd van deNoormannen. Vanwege de dreigende verwoesting van Henegouwen door de Vikingen in de 9e eeuw moest het kapittel de relieken van zijn patroonheilige, de Heilige Vincentius Madelgarius (ca. 615-675), in veiligheid brengen. Daarbij kwamen de geestelijken in “Fellepa” terecht. De toenmalige heer van Velp was ongeneeslijk ziek, dus zodra hij hoorde dat de stoffelijke overblijfselen van de heilige zich op zijn grondgebied bevonden, droeg hij de helft van zijn Velpse bezittingen aan de heilige op (in ruil voor genezing natuurlijk). Maar toen hij daadwerkelijk genas, aarzelde de heer zijn gelofte gestand te doen. Prompt keerde zijn oude kwaal weer terug en pas na de tweede genezing droeg hij zijn bezit op aan de heilige van Soignies. Sindsdien behoorde de heerlijkheid Velp aan kerk en kapittel van Soignies. De relieken kwamen in de eeuwen daarna trouwens wel vaker van pas. In de 15e eeuw verloor het kapittel van Soignies zijn betekenis, maar tot die tijd beurde het kapittel tienden en renten van de heer van Herpen. De heilige Vincentius Madelgarius werd als patroonheilige van de Vincentiuskerk in de loop der tijd verdrongen door de heilige Vincentius diaken en martelaar (4e eeuw).

De geschiedenis van Velp is nauw verbonden met die van de andere dorpen in het Land van Ravenstein, Schaijk, Zeeland en in het bijzonder Reek. Met die laatste plaats had men een gezamenlijke schepenbank. Kerkelijk behoorde Reek lange tijd tot Velp. In 1810 gingen Velp en Reek uit elkaar. Beide dorpen werden zelfstandige gemeenten. Ruim 130 jaar bleef Velp zelfstandig, totdat het in 1942 samen met Escharen door Grave werd geannexeerd.

 

Bevolkingsontwikkeling

Gedurende de gehele negentiende eeuw bleef de bevolking van Velp op ongeveer hetzelfde niveau hangen. In het midden van deze eeuw telde Velp ruim 660 inwoners, in 1900 was dat aantal zelfs onder de 650 gezakt. Pas na de Eerste Wereldoorlog groeide de bevolking langzaam, van 708 in 1919 tot 946 inwoners in 1942, het jaar van opheffing van de gemeente Velp. Anno 2007 telde de kern Velp 1.611 inwoners.

 

Middelen van bestaan

Traditioneel leefde de bevolking van Velp van de landbouw. Velp heeft als dorp aan de Maas regelmatig last gehad van overstromingen. De kanalisatie van de rivier in de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw maakte daar goeddeels een einde aan. Na de vestiging van De Binckhof in 1966 vonden relatief steeds meer inwoners hun bestaan in de zwakzinnigenzorg. Daarnaast boden ook Grave en andere grotere plaatsen aan de inwoners van Velp geleidelijk steeds meer werkgelegenheid in industrie, midden- en kleinbedrijf en dienstverlening.

 

Monumenten

Velp is wat monumentale gebouwen betreft vooral een religieus dorp: het heeft twee kerken en drie kloosters. De kerken zijn het voormalige parochiekerkje, dat in de kern nog uit de 10e eeuw dateert, en de huidige parochiekerk uit 1937. De kloosters zijn het Jezuïetenklooster Mariëndaal uit 1862-1865, het klooster van de Redemptoristinnen uit 1858 en het Kapucijnenklooster Emmaus uit 1645. Alleen het laatste klooster is nog als zodanig in gebruik.

 

Bron: BHIC, Wikipedia.